Naar hoofdinhoud gaan
Applicaties (voorheen bekend als “sites”, ook wel “apps” genoemd) zijn Ruby-, Elixir- en JavaScript-frontend-applicaties die door AppSignal worden gemonitord. Elke applicatie is uniek door de combinatie van naam en omgeving. Een lijst met applicaties verschijnt op de [Applicatie-index] en in de snelle applicatiekiezer. Elke applicatie heeft een bovenliggende organisatie, die meerdere applicaties kan hebben. (Uitzondering: organisaties die door de Heroku-add-on zijn aangemaakt, ondersteunen slechts één applicatie.)

Applicaties toevoegen

Als u net begint met AppSignal en uw eerste app nog niet heeft ingesteld, volg dan eerst de handleiding voor het toevoegen van een nieuwe applicatie.

Omgevingen

Een applicatie kan meerdere omgevingen hebben, zolang elke omgeving dezelfde applicatienaam gebruikt. Elke omgeving wordt momenteel afzonderlijk vermeld op de [Applicatie-index].
  • “Demo application” - development
  • “Demo application” - production
  • “Demo application” - staging
  • “Demo application” - test

Namespaces

Namespaces zijn een manier om foutincidenten, performance-incidenten van actions en host-metrieken in uw app te groeperen. Standaard biedt AppSignal drie namespaces: de namespaces “web”, “background” en “frontend”. U kunt uw eigen namespaces toevoegen om delen van uw app, zoals de API of het Admin-paneel, te scheiden. Namespaces kunnen worden gebruikt om incidenten die betrekking hebben op hetzelfde deel van een applicatie te groeperen. Het is ook mogelijk om meldingsinstellingen per namespace te configureren. Lees meer over namespaces en hoe u deze voor uw app configureert.

Zie ook